home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Wil je mijn visitekaartje? punt.nl


Welkom
Welkom | 12 September 2010 | 10:57:27


Heel diep in mij zingt er iets
Een lied, een stille melodie
Zo'n liedje van verlangen
Zo'n wijsje zonder woorden
Het trilt en blijft maar zingen
Tot ik er blij van wordt
En gaande weg, als de tonen aanzwellen
De muziek tot uiting komt
Beginnen de noten woorden te vormen
Woorden van liefde
Woorden van kracht
Woorden van leven
Woorden van pracht
Hemelse woorden, hemelse liederen
Hemelse klanken, hemelse tonen
En ik besef...het is Zijn Geest
Die een nieuw lied in mij is begonnen
Een lied dat nooit verstomd
Een eeuwig loflied...
Oneindig mooi !

@Hanny
 
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 77

Wil je mijn visitekaartje?

Hooglied 1:1-8
Hooglied | 14 Mei 2012 | 13:42:30
 
Hooglied 1:1-8

1 Hooglied. Van Salomo.

Het verlangen van de bruid naar haar bruidegom

2 Hij kusse mij met de kussen van zijn mond!
Want kostelijker dan wijn is uw liefde,
3 heerlijk van geur zijn uw oliën,
als uitgegoten olie is uw naam.
Daarom hebben de jonge meisjes u lief.
4 Trek mij achter u mee, laten wij ons spoeden.
De Koning voerde mij naar zijn vertrekken,
laten wij juichen en ons in u verheugen,
uw liefde prijzen boven de wijn!
Met recht heeft men u lief!
5 Donker van huid ben ik, doch bekoorlijk,
dochters van Jeruzalem,
als de tenten van Kedar,
de gordijnen van Salomo.
6 Let er niet op, dat mijn huid donker is,
dat de zon mij verbrand heeft.
De zonen van mijn moeder waren hard jegens mij
en stelden mij aan tot bewaakster der wijngaarden –
mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt.
7 Vertel mij toch, mijn zielsbeminde,
waar gij weidt,
waar gij op de middag (de kudde) laat rusten.
Want waarom zou ik zijn als een gesluierde
bij de kudden van uw makkers?

8 – Indien gij het niet weet,
o, gij schoonste onder de vrouwen,
volg dan de sporen der schapen,
en weid uw geiten
bij de verblijven der herders.

1 Hooglied. Van Salomo.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 9


Hooglied 1: 9-17 / Hooglied 2:1-7
Hooglied | 14 Mei 2012 | 13:41:07
Hooglied 1: 9-17

Beurtzang van bruidegom en bruid

9 – Bij een merrie voor Farao’s wagens
vergelijk ik u, mijn liefste!
10 Bekoorlijk zijn uw wangen tussen de sieraden,
is uw hals in de snoeren.
11 Gouden sieraden zullen wij u maken
met balletjes van zilver.

12 – Zolang de koning aan zijn tafel is,
geeft mijn nardus zijn geur.
13 Mijn geliefde is mij een bundeltje mirre,
rustend tussen mijn borsten.
14 Mijn geliefde is mij een tros van hennabloemen
in Engedi’s wijngaarden.

15 – Zie, gij zijt schoon, mijn liefste,
o, gij zijt schoon,
uw ogen zijn als duiven.

16 – Zie, gij zijt schoon, mijn geliefde,
ja, heerlijk,
en lommerrijk is onze legerstede,
17 de balken van ons huis zijn ceders
en onze panelen cypressen.
 
Hooglied 2:1-7

1 Ik ben een narcis van Saron,
een lelie der dalen.

2 – Als een lelie tussen de distelen
zo is mijn liefste onder de jonge meisjes.

3 – Als een appelboom onder de bomen des wouds,
zo is mijn geliefde onder de jonge mannen.
In zijn schaduw begeer ik te zitten
en zoet is zijn vrucht voor mijn verhemelte.
4 Hij heeft mij gebracht naar het wijnhuis
en zijn banier over mij was de liefde.
5 Sterkt mij met rozijnenkoeken,
verkwikt mij met appels,
want ik bezwijm van liefde.
6 Zijn linkerarm is onder mijn hoofd
en zijn rechterarm omvangt mij!
7 Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
bij de gazellen of bij de hinden des velds:
wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet,
vóórdat het haar behaagt.

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 10


Hooglied 2:8-17
Hooglied | 14 Mei 2012 | 13:37:34
 
Hooglied 2:8-17

Liefdeslied der bruid

8 Hoor – mijn geliefde!
Zie, daar komt hij,
springend over de bergen,
huppelend over de heuvelen.
9 Mijn geliefde is als een gazel
of het jong van een hert.
Zie, hij staat achter onze muur,
kijkend door de vensters, spiedend door de traliën.
10 Mijn geliefde gaat tot mij spreken:
Sta toch op, mijn liefste,
mijn schone, en kom.
11 Want zie, de winter is voorbij,
de regen is over, verdwenen.
12 De bloemen vertonen zich op het veld,
de zangtijd is aangebroken,
en ’t gekir van de tortel wordt gehoord in ons land.
13 De vijgeboom laat zijn vroege vrucht zwellen,
en de wijnstokken in bloei geven geur.
Sta op, kom, mijn liefste,
mijn schone, kom!
14 Mijn duif in de rotskloof,
in de schuilhoek van de bergwand,
laat mij uw gedaante zien,
laat mij uw stem horen,
want zoet is uw stem
en uw gedaante is bekoorlijk.
15 Vangt ons de vossen,
de kleine vossen,
die de wijngaarden verderven,
nu onze wijngaarden in bloei staan.
16 Mijn geliefde is van mij en ik ben van hem,
die te midden der leliën weidt,
17 tot de avondwind waait
en de schaduwen vlieden.
Wend u dan hierheen, en doe
als de gazel, mijn geliefde,
of als het jong van een hert
op de gekloofde bergen.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 9


Hooglied 3:1-5
Hooglied | 14 Mei 2012 | 13:36:36
 
Hooglied 3:1-5

Liefdesdroom der bruid

1 Op mijn legerstede des nachts
zocht ik mijn zielsbeminde;
ik zocht hem, maar ik vond hem niet.
2 Ik wil opstaan en rondgaan in de stad,
op straten en pleinen
en mijn zielsbeminde zoeken;
ik zocht hem, maar ik vond hem niet.
3 De wachters, die in de stad hun ronde deden, troffen mij aan;
„Hebt gij ook mijn zielsbeminde gezien?”
4 Nauwelijks was ik hen voorbijgegaan,
of daar vond ik mijn zielsbeminde.
Ik greep hem vast en wilde hem niet loslaten,
totdat ik hem gebracht had in het huis van mijn moeder,
in de kamer van haar die mij gebaard heeft.
5 Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
bij de gazellen of bij de hinden des velds,
wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet,
vóórdat het haar behaagt.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 6


Hooglied 3:6-11
Hooglied | 14 Mei 2012 | 13:35:38
 
Hooglied 3:6-11

De bruiloftsstoet

6 Wat trekt daar op uit de woestijn,
als zuilen van rook,
omgeurd van mirre en wierook
en allerlei reukwerk van de koopman?
7 Zie, dat is Salomo’s draagstoel,
omringd door zestig helden,
uit de helden van Israël,
8 allen het zwaard houdend,
geoefend ten strijde,
elk met het zwaard aan zijn heup
vanwege de verschrikking in de nacht.
9 Koning Salomo maakte zich een draagkoets
uit hout van de Libanon.
10 De spijlen maakte hij van zilver,
de leuning van goud,
de zitting van purper,
het binnenwerk met een bekleding van liefdesgeschenken,
afkomstig van de dochters van Jeruzalem.
11 Gaat uit, dochters van Sion,
aanschouwt koning Salomo, met de kroon,
waarmee zijn moeder hem kroonde
op de dag van zijn bruiloft,
op de dag van de vreugde zijns harten.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 5


Hooglied 4:1-15
Hooglied | 14 Mei 2012 | 13:34:28
 
Hooglied 4:1-15

Lied van de bruidegom op de schoonheid der bruid

1 Zie, gij zijt schoon, mijn liefste,
o, gij zijt schoon;
uw ogen zijn als duiven,
door uw sluier heen,
uw haar is als een kudde geiten,
die neergolven van Gileads gebergte.
2 Uw tanden zijn als een kudde geschoren schapen,
die opkomen uit het wed,
alle met tweelingen,
en zonder jongen is er geen.
3 Als een scharlaken draad zijn uw lippen
en liefelijk is uw mond.
Als een gespleten granaatappel zijn uw slapen,
door uw sluier heen.
4 Uw hals is als de Davidstoren,
die gebouwd is met tinnen;
de duizend schilden hangen daaraan,
en alle zijn beukelaars van helden.
5 Uw beide borsten zijn als tweelingjongen van gazellen,
die te midden van de leliën weiden.
6 Tot de avondwind waait
en de schaduwen vlieden,
wil ik naar de mirreberg gaan,
naar de wierookheuvel.
7 Alles is schoon aan u, mijn liefste,
zonder enig gebrek zijt gij.
8 Kom bij mij van de Libanon, bruid,
kom bij mij van de Libanon,
daal af van de top van de Amana,
de top van de Senir, de Hermon,
van de holen der leeuwen,
van de bergen der panters.
9 Gij hebt mij betoverd, mijn zuster, bruid,
betoverd met één blik van uw ogen,
met één snoer van uw halsversiersel.
10 Hoe kostelijk is uw liefde,
mijn zuster, bruid,
hoeveel heerlijker uw liefde dan wijn,
en de geur van uw oliën dan alle specerijen.
11 Van honigzeem druppelen uw lippen, bruid,
honig en melk is onder uw tong;
en de geur van uw klederen
is als de geur van de Libanon.
12 Een afgesloten hof zijt gij, mijn zuster, bruid,
een afgesloten wel, een verzegelde bron.
13 Wat uit u opspruit, is een lusthof van granaatappelbomen,
met kostelijke vruchten,
hennabloemen en nardusplanten,
14 nardus en saffraan, kalmus en kaneel,
met allerlei wierookstruiken,
mirre en aloë,
met al de kostbaarste specerijen.
15 Fontein der hoven, bron van levend water,
beken van de Libanon!
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 6


Hooglied 4:16 / Hooglied 5:1
Hooglied | 12 September 2010 | 12:03:35
 
Hooglied 4:16

Beurtzang van bruid en bruidegom
16 – Ontwaak, noordenwind, en kom, zuidenwind,
doorwaai mijn hof, opdat zijn balsemgeuren stromen!
Mijn geliefde kome tot zijn hof
en ete daarvan de kostelijke vrucht.

Hooglied 5:1

1 – Ik ben gekomen tot mijn hof,
mijn zuster, bruid,
ik plukte mijn mirre en mijn balsem,
ik at mijn raat en mijn honig,
ik dronk mijn wijn en mijn melk.
Eet, vrienden, drinkt,
en wordt dronken, genoten.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 63


Hooglied 5:8-16 / Hooglied 6: 1-3
Hooglied | 12 September 2010 | 12:00:48
Hooglied 5:8-16

Beurtzang van de bruid en de dochters van Jeruzalem
8 – Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
indien gij mijn geliefde vindt,
wat zult gij hem melden?
Dat ik bezwijm van liefde.

9 – Wat heeft uw geliefde vóór boven een ander,
o schoonste der vrouwen?
Wat heeft uw geliefde vóór boven een ander,
dat gij ons aldus bezweert?

10 – Mijn geliefde is blank en rood,
uitblinkend boven tienduizend.
11 Zijn hoofd is fijn goud, gelouterd goud,
zijn lokken zijn golvend, ravezwart.
12 Zijn ogen zijn als duiven bij waterbeken,
badend in melk, zittend bij een overvloedige bron.
13 Zijn wangen zijn als balsembedden,
perken van kruiden,
zijn lippen zijn leliën,
druipend van vloeiende mirre.
14 Zijn armen zijn gouden rollen,
bezet met Tarsisstenen,
zijn lichaam is een kunstwerk van ivoor,
bedekt met lazuursteen.
15 Zijn benen zijn witmarmeren zuilen,
rustend op voetstukken van gelouterd goud;
zijn gestalte is als de Libanon,
uitgelezen als de ceders.
16 Zijn verhemelte is enkel zoetheid,
en alles aan hem bekoorlijkheid.
Zó is mijn geliefde, zó is mijn vriend,
dochters van Jeruzalem.

Hooglied 6: 1-3

1 – Waarheen is uw geliefde gegaan,
o schoonste der vrouwen?
Waarheen heeft uw geliefde zich gewend?
Want wij willen hem met u zoeken.

2 – Mijn geliefde is afgedaald naar zijn hof,
naar de balsembedden,
om zich te vermeien in de hoven,
om leliën te plukken.
3 Van mijn geliefde ben ik
en van mij is mijn geliefde,
die te midden der leliën weidt.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 71


Hooglied 6:13 / Hooglied 7:1-5
Hooglied | 12 September 2010 | 11:50:29
Hooglied 6:13

De schoonheid der bruid bij de dans

13 Wend u, wend u, gij Sulammitische,
wend u, wend u, dat wij u bezien!

„Wat wilt gij naar de Sulammitische zien
als naar de reidans van Machanaïm?”

Hooglied 7:1-5

1 Hoe schoon zijn uw schreden in de sandalen,
vorstendochter!
De welvingen van uw heupen zijn als sieraden,
werk van meesterhanden.
2 Uw navel is een welgerond bekken,
waaraan geen gemengde wijn ontbreke;
uw schoot is een tarwehoop,
omzoomd met leliën.
3 Uw beide borsten zijn als tweelingjongen
van gazellen.
4 Uw hals is als de ivoren toren,
uw ogen zijn als de vijvers van Chesbon
bij de poort Bat-Rabbim,
uw neus is als de toren van de Libanon,
uitziende op Damascus.
5 Uw hoofd op u is als de Karmel,
uw haardos is als purper:
een Koning is gevangen in die lokken.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 65


Hooglied 7:6-13 / Hooglied 8:1-4
Hooglied | 12 September 2010 | 11:47:57
Hooglied 7:6-13

Liefdesovergave

6 – Hoe schoon zijt gij, liefde;
hoe heerlijk onder wat men verlangen kan!

7 – Ja, uw ranke gestalte is als een palm,
en uw borsten zijn als dadeltrossen.
8 Ik zeide: Ik wil die palm beklimmen
en zijn vruchtentrossen plukken.
Mogen uw borsten als druiventrossen zijn,
de geur van uw adem zij als appels,
9 uw verhemelte als de kostelijkste wijn . . .

– . . . die regelrecht mijn geliefde toestroomt,
en in zijn slaap naar zijn lippen vloeit.

10 Van mijn geliefde ben ik,
en naar mij gaat zijn begeerte uit.
11 Kom, mijn geliefde, laten wij uitgaan naar het veld,
laten wij vernachten tussen de hennabloemen.
12 Laten wij vroeg naar de wijngaarden gaan
en zien of de wijnstok uitbot,
of de bloesems zijn opengesprongen,
de granaten bloeien.
Daar zal ik u mijn liefde geven.
13 De liefdesappelen geven hun geur,
en bij onze deuren groeien allerlei kostelijke vruchten,
jonge en oude:
ik heb ze voor u, mijn geliefde, bewaard.

Hooglied 8:1-4

1 Och, waart gij als mijn broeder,
aan de borst van mijn moeder gezoogd!
Vond ik u dan buiten, ik kuste u
en niemand zou mij daarom laken.
2 Ik zou u leiden, ik zou u brengen
naar het huis van mijn moeder, die mij opvoedt;
van geurige wijn zou ik u te drinken geven,
van de jonge wijn mijner granaatappelen.
3 Zijn linkerarm is onder mijn hoofd
en zijn rechterarm omvangt mij.
4 Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
waarom wilt gij de liefde opwekken en prikkelen,
vóórdat het haar behaagt?
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 77


 

Home   weblog sinds: 2010-09-12

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.